BETONSTOP: DE BOCHT IS AL INGEZET

Nieuwsbericht

Deze tekst wordt niet getoond

BETONSTOP: DE BOCHT IS AL INGEZET

Het aansnijden van open ruimte verminderen en tegen 2040 stoppen; verdichten in de dorpskernen; compacter wonen; wonen, handel en voorzieningen concentreren in steden en langs goed ontsloten vervoersassen tussen steden: de visie die de Vlaamse regering nu ook naar voor schuift krijgt als principe ruim steun. Maar er worden vragen gesteld bij de haalbaarheid, of het snel genoeg zal gaan en of het betaalbaar zal zijn. Wat in dat debat over haalbaarheid onvoldoende verduidelijkt werd, is dat er al heel wat stappen zijn gezet in de richting van de nu door de Vlaamse regering goedgekeurde visie.

De woonuitbreidingsgebieden kunnen ook vandaag al niet zomaar worden aangesneden. Ze waren bedoeld voor projecten voor groepswoningbouw. Indien ze nodig zijn om de bindend opgelegde objectieven om meer sociale woningen te realiseren, komen ze in aanmerking voor ontwikkeling. Anders moet het provinciebestuur oordelen of ze ontwikkeld mogen worden. In Vlaams-Brabant hebben we vastgelegd dat woonuitbreidingsgebieden in de stedelijke gebieden in principe aansnijdbaar blijven. In het arrondissement Halle-Vilvoorde blijven woonuitbreidingsgebieden buiten de stedelijke gebieden op minder dan twee kilometer afstand van een hoogwaardige Openbaar Vervoershalte bespreekbaar. In het arrondissement Leuven kunnen woonuitbreidingsgebieden buiten de stedelijke gebieden voorlopig niet meer worden aangesneden. Voor de gebieden die in principe nog in aanmerking komen, worden nog heel wat afwegingen gemaakt vooraleer ze effectief mogen worden aangesneden: welke keuze maakte de gemeente daarvoor in haar structuurplan?  is er risico op overstroming of zijn ze bruikbaar voor waterberging? welke afweging maken we op basis van natuur- en landschapswaarden, van landbouwgebruik…? Er heeft eigenlijk nooit een subjectief recht op bouwen bestaan in woonuitbreidingsgebieden en in het huidige beleidskader is dat zeker niet het geval.

Als we selectief willen verdichten binnen de dorpskernen, zal de overheid moeten bepalen waar wel of niet verder verkavelen mogelijk is, waar wel of niet meergezinswoningen of een hoger aantal bouwlagen worden toegelaten. Sommige gemeenten hebben dat al gedaan, met een bouwverordening. De gemeente Rotselaar maakte in 2014 een verordening rond ‘meervoudig wonen’, uit de toepassing daarvan leren we vandaag voldoende om zo’n verordening ook in andere gemeenten op korte termijn in te voeren. De gemeente Bekkevoort werkt, met inspraak van de inwoners, een gemeentelijk locatiebeleid uit om te bepalen waar intensieve verdichting kan, met welke voorwaarden van toegankelijk groen en van publieke voorzieningen. Landen, met zijn stadskern en groot aantal landelijke dorpen, heeft een beeldkwaliteitsplan opgesteld en gebruikt dat als leidraad voor haar vergunningenbeleid. Dit toont aan dat ook in kleinere gemeenten actief werk wordt gemaakt van instrumenten om de nieuwe visie op ruimtegebruik ook in de praktijk door te voeren. In stedelijke gebieden zijn we daar al langer mee bezig, met de ontwikkeling van stationsomgevingen en met projecten voor de reconversie van verouderde sites (denk aan de Watersite in Vilvoorde, aan de Centrale Werkplaatsen en de Vaartkom in Leuven, er zijn nog mooie voorbeelden).

Voor het oosten van Vlaams-Brabant zijn we volop bezig met een doorgedreven denkoefening rond mobiliteitsgedreven ruimtelijke ontwikkeling, met de steun van de Vlaamse minister voor Ruimte. De filosofie is dat nieuwe ontwikkelingen rond wonen en werken worden geënt op de nabijheid van voorzieningen en van openbaar vervoer. Hoogwaardige netwerken voor fiets en openbaar vervoer vormen de hefboom voor een duurzame ruimtelijke ordening. Uit de analyse blijkt dat in de steden en rondom de haltes met hoogwaardig openbaar vervoer op de vervoersassen tussen de steden ruim voldoende plaats beschikbaar is om de behoefte aan extra woningen, voorzieningen en bedrijvigheid tot 2050 op te vangen. Dit strategisch project Regionet Leuven is volop in onderzoek en overleg, in samenspraak met gemeenten, provincie, Vlaamse administraties, De Lijn en de NMBS.  

Een grote uitdaging is de verschuivingen van ontwikkelingen naar de goed ontsloten kernen te laten verlopen op een financieel correcte manier, zonder de huidige eigenaars van bouwpercelen te verarmen, maar ook zonder enorme speculatiewinsten voor bezitters van percelen in de nieuw of intensiever te ontwikkelen kernen. Er wordt daarvoor gekeken naar eventuele herbestemmingen met planschade en planbaten, naar planologische ruil, naar verhandelbare bouwrechten. Dit laatste systeem beoogt het ruilen van bouwmogelijkheden op slecht gelegen bouwpercelen voor bouwmogelijkheden op goed gelegen kernlocaties, waar men hoger en dichter kan bouwen. Regionet Leuven heeft zichzelf aangeboden als onderzoeksregio om zo’n systeem in de praktijk uit te proberen.

De beslissing om ontwikkelingen te concentreren langs goed ontsloten vervoersassen is de juiste keuze die de Vlaamse Regering nu, in het licht van haar klimaatambities, moet maken. Een belangrijke randvoorwaarde voor de maatschappelijke aanvaarding van deze ruimtelijke visie, is de beschikbaarheid van een performant openbaar vervoersaanbod dat door de bevolking als een alternatief voor het wegverkeer wordt gezien. Daarvoor zijn maatregelen nodig om dat openbaar vervoer de nodige doorstroming te bieden. Daarvoor is het wel nu of nooit. Als de verwachte bevolkingstoename niet wordt opgevangen rond de knooppunten van openbaar vervoer, dan is het over 10 jaar niet meer nodig. Dan is de efficiënte uitbouw van openbaar vervoer voorgoed onmogelijk. Dit vraagt ook een verhoging van de beschikbare middelen voor openbaar vervoer. Daarvoor moeten we ook kunnen verwachten dat middelen van private investeerders gekoppeld worden aan de overheidsmiddelen voor infrastructuur en voorzieningen.

In andere regio’s van Vlaanderen zijn gelijkaardige oefeningen bezig. Het in de praktijk doorvoeren van de door de Vlaamse regering goedgekeurde visie moet dus niet starten van een braakliggend terrein, er zijn al fundamenten gelegd. Lokale overheden en provinciebestuur hebben de bocht al ingezet, er wordt al werk gemaakt van nieuwe beleidsplannen en –instrumenten.

2016-12-05
Meer informatie: 

Lodewijk De Witte, provinciegouverneur, voorzitter stuurgoep Regionet Leuven

Stephan Reniers, projectcoördinator strategisch project Regionet Leuven

Johan Van Reeth, gedelegeerd bestuurder BUUR