Herdenking aanslagen 22 maart

Nieuwsbericht

Deze tekst wordt niet getoond

Herdenking aanslagen 22 maart

Vandaag heb ik deelgenomen aan de herdenking van de aanslagen van 22 maart. Veel gedachten en veel emoties komen één jaar later bij mij op. Blijvende verontwaardiging, droefheid, grote ingetogenheid. Maar ook de vastbesloten wil om, samen met alle inwoners van ons land, te blijven ijveren voor een open, vrije, rechtvaardige samenleving. Hieronder vindt u de woorden die ik bij de herdenking uitsprak:

We zijn hier vandaag samen met velen: met mensen die de gruwelijke aanslagen aan den lijve hebben meegemaakt, die er het slachtoffer van waren en zijn, die er heel erg door hebben geleden; met de hulp- en veiligheidsdiensten die getuige waren van de verwoestingen, van de verschrikkelijke menselijke wonden en van de materiële beschadigingen; met de autoriteiten die de gevolgen zo goed mogelijk hebben proberen op te vangen. Met zijn allen staan we hier samen, verenigd rond dit monument.

Vandaag zijn we hier samen om terug te denken, om stil te staan, en ook om vooruit te kijken.

We zijn hier, één jaar later, om terug te denken, om niet te vergeten, ook al is dat zeer pijnlijk en confronterend. In de eerste plaats  voor hen die door de aanslagen getroffen zijn, maar ook voor de luchthavengemeenschap en voor heel het land. De aanslagen waren een daad van volkomen blind en zinloos geweld, met het opzet om willekeurig mensen te doden en te verwonden, zomaar mensen, om het even wie. Blind en nietsontziend doden is nooit verdedigbaar, op geen enkele manier, op basis van geen enkele theorie of religie of welke redenering dan ook. Elke daad waarmee iemand dood en vernieling zaait onder onschuldige slachtoffers, moeten we uitdrukkelijk verwerpen als onmenselijk, als onverzoenbaar met de meest fundamentele mensenrechten.

We willen vandaag stilstaan bij de enorme schok die een jaar geleden onze samenleving door elkaar schudde en bij de schokgolven die daaruit volgden. We doen dat uit respect, uit medeleven en uit solidariteit met alle slachtoffers. Verschillenden onder hen hebben hun nood uitgeschreeuwd, we moeten gehoor geven aan die noodkreet. We doen dat omdat we alert en waakzaam moeten blijven om onze samenleving en onze burgers te beschermen. Dat vraagt om veel inzet; dat vraagt om betere controle en beveiliging, daar zijn al veel maatregelen voor genomen; dat vraagt ook om sociale en preventieve maatregelen, dat is een werk van lange adem, waar we nog veel moeten in investeren. Ook al beseffen we dat we kwetsbaar blijven, we geloven in de levenskracht om weer recht te staan, in de kracht om met alle mensen samen te bouwen aan een maatschappij die veilig en democratisch en rechtvaardig is.

We zijn hier ook samen om vooruit te kijken. Er komt altijd een nieuwe lente. Ons geloof in een open en vrije samenleving blijft voorop staan. De vijanden daarvan moeten we bevechten, maar we moeten vooral alle mensen verenigen die samen met ons willen ijveren voor een vrije en rechtvaardige maatschappij. Aan alle mensen, van welke afkomst of overtuiging ook, moeten we kansen geven én moeten we inspanningen vragen om zich in te zetten voor een betere toekomst, voor een betere samenleving, voor meer medemenselijkheid. Een sterke en warme samenleving, met respect voor iedereen en met aandacht voor de noden van ieder, daar moeten we al onze energie aan wijden.’

2017-03-22