Hoe staan de gemeentefinanciën ervoor?

Nieuwsbericht

Deze tekst wordt niet getoond

Hoe staan de gemeentefinanciën ervoor?

Op 3 december woonde ik in Leuven een uiteenzetting van het Financieel Forum regio Vlaams-Brabant bij over de toestand en de recente evoluties van de gemeentefinanciën. Sprekers waren Geert GIELENS van Belfius en Jan LEROY van bij VVSG.

Globaal genomen werd gesteld dat de lokale besturen vandaag de dag nog steeds financieel gezond zijn. Uit de cijfers van de laatste jaarrekeningen en de budgetten 2018 blijkt dat de lokale besturen positief hebben bijgedragen tot het begrotingsevenwicht in België. De totale schuld van de lokale sector is gedaald tot minder dan 24 miljard.

Maar hoe zijn de gemeenten erin geslaagd dit te realiseren ondanks stijgende pensioenlasten en verhoogde bijdragen aan de OCMW’s, de politie- en hulpverleningszones?

Niet door het opdrijven van de belastingen. De aanslagvoeten van de aanvullende personenbelastingen en de opcentiemen op de onroerende voorheffing, de twee belangrijkste belastinginkomstenbronnen van de gemeenten, zijn nagenoeg stabiel gebleven.

De gemeenten hebben hun personeelsuitgaven onder controle gehouden. Het aantal personeelsleden is licht gedaald. Er zijn meer (naar verhouding  goedkopere) contractuelen en minder statutairen in dienst.

De gemeenten hebben beduidend minder investeringen gerealiseerd dan vijf jaar geleden, ondanks historisch lage rentevoeten. Financieel is dat gunstig. We moeten ons wel vragen stellen bij een zo laag investeringsniveau: hebben we zo wel een antwoord op de uitdagingen voor de toekomst?

Er komen belangrijke financiële uitdagingen op de gemeenten af:

  • de groei van de bevolking: in Vlaams-Brabant neemt het aantal inwoners om de 15 jaar toe met 10%;
  • de exponentiële groei van de pensioenlasten van het personeel;
  • de toenemende vergrijzing: deze noodzaakt tot extra investeringen in de zorginfrastructuur, in aangepast wonen en vergt aanpassingen aan het publiek domein;
  • de taxshift: bij gelijke gemeentelijke belastingtarieven zullen de Vlaamse gemeenten ten gevolge hiervan vanaf 2020 jaarlijks ruim 200 miljoen euro te verliezen;
  • de investeringscapaciteit in de ganse publiek sector en dus ook in de lokale sector moet naar omhoog, omwille van de noden op diverse vlakken: voor de zorgsector; voor rioleringen en waterzuivering; voor wegen en fietspaden, voor duurzaam wonen, voor onderwijs …

De sprekers hebben gepleit voor nieuw beleid. Federaal is er nood aan een stabiele basis voor de financiering van politie- en hulpverleningszones en aan oplossingen voor de toenemende pensioendruk.  De Vlaamse regering zou werk moeten maken van een meerjarenplanning voor investeringssubsidies aan gemeenten. Er moet een alternatief gezocht worden voor het systeem van de opcentiemen op de onroerende voorheffing, omdat het kadastraal inkomen een verouderde berekeningsbasis vormt.

De gemeenten vatten de nieuwe bestuursperiode aan met goede cijfers, maar de pensioenfactuur hangt als een zwaard van Damocles boven hun hoofd. Ook de onzekerheden omtrent een aantal andere belangrijke uitgavenposten en inkomstenbronnen moeten worden weggenomen. Dan kan het vertrouwen bij de gemeenten toenemen en zal sneller werk gemaakt worden van de broodnodige investeringen.

2018-12-10