Wonen in Vlaams-Brabant: een zorgenkind

Nieuwsbericht

Deze tekst wordt niet getoond

Wonen in Vlaams-Brabant: een zorgenkind

Tijdens de toespraak die ik vandaag voor de provincieraad heb gehouden, stel ik vast dat onze huidige manier van wonen zijn grenzen heeft bereikt, ruimtelijk maar ook sociaal. Er zijn aanpassingen nodig in hoe we wonen, waar we wonen maar vooral ook hoe we denken over wonen. Die omslag is ingezet, maar we hebben nog een lange weg te gaan.

Sedert het ontstaan van de provincie Vlaams-Brabant is betaalbare huisvesting voortdurend een belangrijk thema geweest, een kwestie die zorgen baart en aandacht vraagt bij beleidsverantwoordelijken op lokaal en provinciaal niveau. Dat vertaalt zich vaak in de ongeruste vraag of kinderen van inwoners nog een passende en betaalbare woning zullen vinden in de gemeente of stad waar ze zijn opgegroeid en waar ze willen blijven wonen. Maar de zorg over het huisvestingsbeleid gaat niet alleen over de betaalbaarheid. Andere kwesties die met het wonen te maken hebben, eisen evenzeer de aandacht op.

Zo stelt zich ook de vraag of het huidig woningpatrimonium in Vlaams-Brabant aangepast is aan de wijzigende bevolkings- en gezinssamenstelling. Tegen 2030 zullen we immers niet alleen met minstens 73.000 mensen meer zijn, de bevolking zal er ook anders uitzien. De mensen van Vlaams-Brabant zullen gemiddeld een stuk ouder zijn, wat specifieke behoeften meebrengt. Er zullen enerzijds meer kleine huishoudens en alleenstaanden zijn, maar anderzijds ook meer nieuw samengestelde gezinnen. Ieder van hen wil een woning van voldoende kwaliteit, in een aangename omgeving en tegen een betaalbare prijs, in een provincie waar de ruimte schaars is en de betaalbaarheid meer dan elders onder druk staat.

Bovendien zijn er tal van maatschappelijke uitdagingen die een steeds grotere impact zullen hebben op hoe we willen en kunnen wonen. De noodzaak om zuiniger om te springen met energie vraagt ons om veel meer energiearme woningen te bouwen, terwijl de mobiliteitsvraagstukken ons uitdagen om na te denken over de inplanting van nieuwe woonbuurten.

Ik zie 3 grote uitdagingen op het vlak van wonen in Vlaams-Brabant waar ik in mijn toespraak concreet ben op ingegaan:

  1. Het voorzien van voldoende woongelegenheden en van een voldoende gediversifieerd aanbod tegen een betaalbare prijs, afgestemd op de hedendaagse en toekomstige noden van de Vlaams-Brabander.
  2. Het vinden van alternatieven voor onze huidige manier van wonen die ruimte­verslindend is en een te grote automobiliteit genereert.
  3. Het verhogen van de kwaliteit van het woonpatrimonium in termen van zuinigheid en energie-efficiëntie én van de kwaliteit en veiligheid van de woonomgeving.

Woningen en bouwgronden zijn een pak duurder zijn dan in andere streken. Dat maakt dat we voor sommige steunmaatregelen niet binnen de criteria of normen vallen om er beroep op te kunnen doen. Inwoners die het moeilijk hebben – eenoudergezinnen, alleenstaanden, mensen met een laag inkomen – komen daardoor dubbel in de kou te staan. Met Vlabinvest kunnen we daar al iets aan doen, maar niet genoeg. We zullen bij de Vlaamse regering onverdroten de aandacht moeten vragen voor de specifieke situatie en voor de grote achterstand op vlak van sociale woonvoorzieningen. En plaatselijke projecten steunen met sociale of bescheiden woningen.

Meer ouderen, meer alleenstaanden, hersamengestelde gezinnen, wisselende gezinsvormen: de vraag naar type woningen verandert en wordt meer divers. We zijn daar nog niet helemaal klaar voor. We zullen met open blik en met een groot aanpassingsvermogen de passende antwoorden moeten zoeken op de veranderende vraag: kleinschalig wonen; variabele, herinrichtbare gebouwen; nieuwe woonvormen als woningdelen of samenhuizen ...

We moeten ons heel bewust zijn van de impact van de manier van wonen op de omgeving. Hoe groot of compact wonen we, hoeveel ruimte nemen we in beslag, hoe dicht of ver wonen we van voorzieningen en van openbaar vervoersknooppunten, welke gevolgen heeft dat op ons verplaatsingsgedrag? Hoe zuinig gaan we om met energie, met water? Dat bepaalt allemaal mee hoe hoog de kosten oplopen, voor de maatschappij en voor de particuliere bewoner. De omslag is daarvoor ingezet, maar er zal nog jarenlang doordacht en consequent beleid nodig zijn om de impact van ons wonen terug te brengen tot het niveau van de omliggende landen.

Hoopvol is de groeiende samenwerking tussen gemeenten, en met het provinciebestuur en Wonen-Vlaanderen. De ervaring leert dat die samenwerking zijn vruchten afwerpt. Er komen betere beleidsplannen, er komen meer projecten van de grond, informatie- en adviesverstrekking loopt beter. De bemoedigende resultaten moeten ons sterken om de samenwerking uit te diepen en om er mee te starten in de gemeenten die nog niet meedoen.

Het woonbeleid op alle beleidsniveaus moet inspelen op de behoeften van een snel wijzigende samenleving. Dat vereist aanzienlijke inspanningen en de inzet van meer middelen. We zullen de nodige durf aan de dag moeten leggen en bepaalde evidenties in vraag stellen.

2016-10-11
Meer informatie: