Vlaams-Brabant verjaart: dromen en doen

Publicatie

Deze tekst wordt niet getoond

2015
Vlaams-Brabant verjaart: dromen en doen

Tijdens zijn toespraak voor de provincieraad blikt provinciegouverneur terug op 20 jaar Vlaams-Brabant. Om de snelle en sterke veranderingen in de maatschappij aan te pakken pleit de gouverneur voor een geïntegreerde aanpak van de ruimtelijke en sociaaleconomische uitdagingen en een versterkte rol voor het lokaal bestuur.

‘Op onze 20ste verjaardag terugkijken naar hoe onze provincie in die tijd is veranderd, laat ons toe om vooruit te kijken naar hoe we verder kunnen en zullen veranderen. In 1995 waren we bijvoorbeeld met minder dan 1 miljoen Vlaams-Brabanders, vandaag reeds met meer dan 1.100.000. De bevolking groeit niet alleen, ze verandert ook van aanschijn: we worden grijzer, internationaler, diverser, hoger opgeleid. Met die veranderende bevolking moeten we een plaats en een weg vinden in een wereld die ook sterk en snel verandert’, zegt provinciegouverneur Lodewijk De Witte.

Die snel veranderende wereld stelt ons voor grote uitdagingen. Vlaams-Brabant maakt de sprong van een postindustriële naar de digitale of informatiemaatschappij: hoe maken we dat de bevolking en de bedrijven mee evolueren?
De klimaatopwarming en de grootscheepse exploitatie van grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen zetten zich verder: hoe kunnen we een leefbare wereld nalaten aan de volgende generaties? De ongelijkheid wordt groter en de welvaart staat onder druk: hoe waarborgen we onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, zekerheid en veiligheid, voor iedereen? In oppervlakte is Vlaams-Brabant klein. Hoe vinden we een goede plaats voor woningen, bedrijven, voorzieningen, infrastructuur, natuur en landbouw op deze krappe ruimte?

Een omslag in het ruimtelijk beleid

De gemeenschappelijke noemer voor veel vraagstukken is het ruimtelijk beleid. ‘Met de structuurplannen hadden we de intentie om het uitwaaieren van bewoning, van handel en van verkeer een halt toe te roepen en de open ruimte beter te vrijwaren. Dat is ons slechts gedeeltelijk gelukt. De doelstellingen blijven vandaag nog overeind, maar we moeten een nieuw verhaal schrijven’, zegt de provinciegouverneur. Daarom vindt hij dat we de loutere tweedeling stedelijk gebied/buitengebied moeten overstijgen. Steden alleen kunnen de groei niet opvangen en dus moet er op een andere manier naar verdichting worden gestreefd. In zijn toespraak houdt de provinciegouverneur een pleidooi om sterk in te zetten op vervoersassen tussen de steden en langs die assen de groei van bijkomende woningen, bedrijvigheid en voorzieningen te bundelen. Op die manier wordt de mobiliteit leefbaar gehouden, de klimaatopwarming tegengegaan, voorzieningen  betaalbaarder gemaakt en gaan we een verdere versnippering van de open ruimte tegen. Dat betekent dus ook dat andere beleidsdomeinen zoals wonen, plattelandsontwikkeling, het klimaatbeleid, kleinhandel en mobiliteit zich moeten inpassen in dit nieuw ruimtelijk verhaal om het succesvol te maken.   

Blijven investeren in kennis en vaardigheden

De gouverneur heeft het in zijn toespraak niet alleen over de hardware maar ook over de software, de menselijke factor dus. Indien we als regio voorop willen blijven, moeten we nog meer investeren in kennis en nieuwe vaardigheden. Onderzoek en voortdurende opleiding, wetenschaps -en kennisontwikkeling, innovatie in de bedrijven en de dienstverlening, oriëntatie en begeleiding op de arbeidsmarkt, gezondheids- en welzijnszorg, sociale inclusie: het zijn allemaal aspecten die nodig zijn om welvaart en welzijn in de Vlaams-Brabantse samenleving op peil te houden. Ze kunnen ook niet los van elkaar staan:  tussen en binnen deze domeinen en sectoren  is onderlinge samenwerking en wisselwerking nodig.

Nood aan sterke gemeenten en een sterk streekbestuur

In het laatste deel van zijn toespraak bespreekt de provinciegouverneur welk soort bestuur we nodig hebben om voor de toekomst gewapend te zijn. De oplossing kan volgens hem niet komen van een steeds verdere centralisatie. ‘Met wat vandaag bij het provinciebestuur wordt weggenomen, wordt het lokale bestuur niet verstrekt. We hebben vooral nood aan sterkere gemeenten en aan een sterker streekbestuur die zelf kunnen beslissen en zaken gedaan krijgen. Om dat waar te maken mogen we ons niet vastklampen aan de bestaande structuren. Een oplossing voor de huidige versplintering op het tussenniveau wordt pas haalbaar als het provinciaal niveau meer aansluit en wordt aangestuurd door de gemeentebestuurders, aldus de provinciegouverneur.

‘Een goede strategie voor deze uitdagingen moet aan twee voorwaarden voldoen’, vat provinciegouverneur Lodewijk De Witte samen. ‘Op de eerste plaats is een geïntegreerde aanpak nodig. Dat wil zeggen dat we oplossingen uit verschillende domeinen, zoals ruimtelijke ordening, mobiliteit, wonen, leefmilieu, onderwijs  of economie, in elkaar moeten doen passen en aan elkaar schakelen. Anderzijds moet dat beleid sterk gebiedsgericht zijn, met inbreng van alle overheden maar met een versterkte rol voor de lokale besturen die het streekbeleid vorm geven.’