De bestuurskracht van gemeenten versterken

Takenpakket

Deze tekst wordt niet getoond.

De bestuurskracht van gemeenten versterken

Eind 2011 werd in Vlaanderen in opdracht van de vorige Vlaamse Minister voor Binnenlands Bestuur een proces gestart om per regio of per streek te komen tot een actieplan om de intergemeentelijke samenwerking tussen lokale besturen te versterken en te ondersteunen maar tegelijkertijd deze samenwerking op een transparante, democratische en efficiënte manier te organiseren. Het project kreeg de naam ‘Regioscreening’. Essentieel voor het welslagen van de regioscreening was de opbouw van onderuit waarbij ik als provinciegouverneur op vraag van de minister een coördinerende en ondersteunende rol opnam, o.m. door een overleg tussen de lokale besturen onderling op het getouw te zetten.

Het blijkt dat lokale besturen sinds lang, maar vooral sinds 2000, steeds meer samenwerkingsverbanden hebben opgezet, in de meest diverse beleidsdomeinen. Veel lokale besturen geloven dat zij hun opdracht beter kunnen uitoefenen door samen te werken met andere besturen. Dat blijkt trouwens ook uit het beleid van andere overheden (de Vlaamse overheid, het provinciebestuur, intercommunales) die vaak het initiatief namen om tot samenwerking aan te zetten. Het geloof dat samenwerken bevorderlijk is voor een meer slagkrachtig en efficiënt bestuur belet niet dat er vragen en kritiek zijn gerezen over de te grote wirwar aan samenwerkingsverbanden die is ontstaan. Met name ook lokale bestuurders spreken hun zorgen uit over een te grote versnippering, over het gesprek aan samenhang, over de onoverzichtelijkheid van het geheel aan samenwerkingen die zijn gegroeid. Er is vraag naar vereenvoudiging, naar meer coherentie, naar meer homogeniteit in de schalen en de manier van samenwerken, naar meer transparantie, naar meer efficiëntie. Dat is in essentie het debat dat met en door de beleidsverantwoordelijken van de lokale besturen moest worden gevoerd in het kader van de ‘Regioscreening’.

Het project ‘Regioscreening’ verliep in verschillende fases. In eerste instantie werden interbestuurlijke samenwerkingsverbanden geïnventariseerd in een databank. In een tweede fase organiseerde ik debatten met zowel lokale mandatarissen als gemeentesecretarissen en financieel beheerders. In zeven regiotafels met telkens een tiental gemeenten werd gepolst naar de noden en behoeften van de lokale besturen inzake samenwerking, of het huidige samenwerkingsaanbod in overeenstemming was met de lokale noden, op welke manier lokale besturen input geven in zo’n samenwerkingsverbanden en terugkoppelen over de genomen beslissingen. Tenslotte werd tijdens de debatten ook nagegaan welke schaal het meest relevant lijkt om over de gemeentegrenzen heen samen te werken.

Voor Vlaams-Brabant blijkt dat het geheel van interbestuurlijke samenwerking over de gemeentegrenzen heen een lappendeken vormt. In het rapport dat hierover werd opgesteld, vat ik de conclusies van de debatten tussen en met de vertegenwoordigers van de gemeenten als volgt samen: “lokale besturen in Vlaamse-Brabant beamen in algemene zin dat een intensievere samenwerking een uitweg kan bieden voor de reële problemen die rijzen op vlak van bestuurskracht, maar slechts in een paar gevallen blijkt de wil te leven om intenser te gaan samenwerken in een vast verband, met eenzelfde groep gemeenten. Toch lijken er mogelijkheden weggelegd om voor enkele beleidsdomeinen samenwerkingsverbanden te bundelen, bv. in het beleidsdomein van veiligheid in de brede zin, van de vrije tijd en van wonen en welzijn. Daarnaast leeft ook een duidelijke vraag naar meer beheersmatige samenwerking zoals shared services en groepsaankopen”.

Op de website van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur zijn zowel het rapport 'Regioscreening in Vlaams-Brabant' als de databank lokale samenwerkingsverbanden en alle bijhorende grafieken, tabellen en gegevens in kaartvorm zijn te raadplegen.

Vertrekkend van de in de vorige regeerperiode uitgevoerde regioscreening, wil de Vlaamse Regering de dynamiek van regiovorming versterken. Het doel is om het aantal intermediaire niveaus drastisch te verminderen en te komen tot zoveel mogelijk samenvallende samenwerkingsverbanden.

In hetzelfde kader heeft de Vlaamse minister voor Binnenlands Bestuur in haar beleidsbrief aangekondigd dat zij verschillende initiatieven zal nemen om gemeenten die wensen te fusioneren op 1 januari 2019 maximaal te ondersteunen. Deze initiatieven moeten er toe bijdragen dat gemeenten, die dit wensen, met kennis van zaken een bewuste keuze voor fusie kunnen maken. De provinciegouverneurs zullen betrokken worden bij de individuele begeleiding van de betrokken gemeenten.